Hoe werkt je immuunsysteem?

Hoe werkt je immuunsysteem?

Elke dag krijg je te maken met bacteriën, virussen en schimmels. Toch word je er meestal niet ziek van. Dat komt door je immuunsysteem, ook wel je afweer genoemd. Het werkt de hele dag op de achtergrond, en je merkt het vaak pas als het in actie komt. Hoe zit dat systeem in elkaar?

De eerste verdedigingslinie

Voordat een ziekteverwekker je lichaam binnenkomt, moet hij eerst langs een aantal barrières:

  • Je huid. Die vormt een stevige buitenmuur.

  • Je slijmvliezen. In je neus, mond en luchtwegen vangt slijm indringers op. Kleine trilhaartjes voeren ze weer af.

  • Maagzuur. Dat maakt veel ziekteverwekkers in je eten onschadelijk.

  • Traanvocht en speeksel. Die bevatten stoffen die bacteriën afbreken.

De aangeboren afweer: snel en algemeen

Komt een indringer toch binnen? Dan reageert eerst je aangeboren afweer. Die is er vanaf je geboorte en treedt binnen minuten tot uren in actie. Bepaalde witte bloedcellen ruimen de indringers op door ze letterlijk op te eten.

Dit gaat vaak samen met een ontsteking: de plek wordt rood, warm, gezwollen en pijnlijk. Dat voelt vervelend, maar het is een teken dat je afweer aan het werk is. Ook koorts hoort bij die reactie. Een hogere temperatuur maakt het voor veel ziekteverwekkers lastiger om zich te vermenigvuldigen.

De verworven afweer: gericht en met een geheugen

De aangeboren afweer is niet altijd genoeg. Dan komt na een paar dagen je verworven afweer op gang. Die werkt veel gerichter:

  • B-cellen maken antistoffen die precies passen op één bepaalde ziekteverwekker.

  • T-cellen helpen de afweer aansturen en ruimen geïnfecteerde lichaamscellen op.

Het bijzondere is dat dit deel van je afweer een geheugen opbouwt. Komt dezelfde ziekteverwekker later terug, dan herkent je lichaam hem en reageert het veel sneller. Daardoor krijg je bijvoorbeeld waterpokken meestal maar één keer. Vaccinaties maken gebruik van dit geheugen: je afweer leert een ziekteverwekker kennen zonder dat je er eerst ziek van wordt.

Wanneer werkt je afweer niet goed?

  • Bij een allergie reageert je afweer op iets dat eigenlijk onschuldig is, zoals pollen of pinda.

  • Bij een auto-immuunziekte keert je afweer zich tegen je eigen lichaam. Voorbeelden zijn coeliakie en reuma.

  • Bij een verminderde afweer reageert je lichaam juist te zwak. Dat kan bijvoorbeeld door bepaalde medicijnen of een ziekte. Je wordt dan sneller of ernstiger ziek.

(Meer over allergieën lees je in ons artikel Wat is het verschil tussen een allergie en een intolerantie?)

Kun je je immuunsysteem ‘boosten’?

Je ziet veel producten die beloven je weerstand op te krikken. Het eerlijke antwoord: er is geen pil of drankje dat de afweer van een gezond persoon met een gevarieerd eetpatroon extra sterk maakt. Wel kun je je afweer helpen goed te werken:

  • Eet gevarieerd, met veel groente, fruit en volkoren producten.

  • Slaap voldoende.

  • Beweeg regelmatig.

  • Rook niet en drink weinig of geen alcohol.

  • Zorg voor ontspanning, want langdurige stress kan je afweer verzwakken.

  • Haal de vaccinaties die voor jou geadviseerd worden.

Heb je een tekort aan een bepaalde vitamine, dan is aanvullen wel zinvol. Denk aan vitamine D voor de groepen die daarvoor een advies krijgen. (Lees meer in ons artikel Wat is vitamine D en waar heeft je lichaam het voor nodig?)

Dit artikel is geen medisch advies. Ben je vaak of lang ziek, of heb je vragen over je afweer, ga dan naar je huisarts.